Achtergrondinformatie bij Het IJzeren Veulen

Leesfragment:
Een mysterieuze moord

‘De ochtend was al halverwege toen ze hem eindelijk vonden, in het moddergat, verborgen achter de struiken bij het IJzeren Veulen. Hij lag daar voorover, met zijn gezicht en schouders in het water. Zijn achterhoofd had een gapende wond, de zijkant van zijn gezicht zat onder het bloed. Zijn hemd en jas waren omhoog gestroopt, en er liep een spoor van geplette rietstengels en distels naar het gat – alsof hij naar het water gesleept was. Maar verder lag hij erbij alsof hij zich van geen gevaar bewust was geweest, het mes nog in de schede…’ Lees hier het volledige hoofdstuk.

Tien veelgestelde vragen over Het IJzeren Veulen

Hoeveel werk heb je aan het schrijven van een roman, wat betekent de titel en waarom kies je toch steeds voor dat verre verleden? Het zijn zomaar een paar van de dingen die lezers willen weten over Het IJzeren Veulen, tenminste, als ik afga op de vragen die ik geregeld krijg. Hier dus een lijstje met tien veelgestelde vragen. Mét de antwoorden.

Echt gebeurd en toch verzonnen, hoe dan?

Het IJzeren Veulen gaat over een historische moord, gepleegd op 27 juni 1676 in de buurt van de achterste Hellouwse molen (nu aan de A15). De belangrijkste bron is het dossier van de gerechtelijke procedure die na de moord is opgestart. Dat dossier, meer dan 500 pagina’s dik, geeft volop details over de situatie rond de moord, van letterlijke weergaven van gesprekken tot de routes die mensen gingen, de kleding die ze droegen en de dingen die ze aan het doen waren. Hier kun je een stukje van het verhaal vergelijken met de archiefstukken waarop het is gebaseerd. Lees verder

omslag Het IJzeren Veulen

Het IJzeren Veulen

Enny de Bruijn, Het IJzeren Veulen. Prometheus, Amsterdam, 2019.
Bestel hier

Op een zonnige zomerdag in 1676, middenin de hooitijd, wordt er een lijk ontdekt in de polder, een lijk met een ingeslagen schedel. Geen mens heeft iets gezien, maar iedereen in het dorp speculeert er meteen lustig op los. Wat hebben de dochters van het slachtoffer te verbergen? Hoe zit het met zijn aartsvijand, de dorpsschout? En welke rol speelt de militair die hem herhaaldelijk bedreigd heeft en die meteen van de moord wordt verdacht? De verhalen zingen rond in het dorp, verhalen over onverzoenlijke vetes, ongeneeslijke verslavingen en duistere familiegeheimen. Middelpunt van de gebeurtenissen is Gijsbertje de Jongh, waardin in de herberg De Fortuyn, die langzaam maar zeker de waarheid achter de moord ontdekt. Maar wil ze die waarheid wel aan het licht laten komen?