15 november 2012
Nu ik de recensies van de Reviusbiografie eens op een rij zet, valt me één ding op. Bijna allemaal hebben ze het op de een of andere manier over de vraag hoe gereformeerd de bril van de biograaf is. Doet ze aan verheerlijking van het gereformeerde verleden? Kan ze afstand bewaren, ondanks haar betrokken houding? Lukt het haar om empathie en eerlijkheid samen te laten gaan?
Zo uitzonderlijk is het toch niet, dat een biograaf affiniteit voelt met de idealen van zijn held en soms ook in dezelfde traditie staat. Marja Vuijsje over Joke Smit, Elsbeth Etty over Henriette Roland Holst, Steven Nadler over Spinoza, Piet Calis over Vondel, Michel van der Plas over Godfried Bomans, noem maar op. Geen biografie zonder betrokkenheid, positief of negatief. Het gaat er maar om in hoeverre je je daarvan bewust bent, daar kritisch mee omgaat en dat welbewust inzet.
Zou het komen doordat de traditionele gereformeerde biografie – ongegeneerd gericht op het versterken van de eigen kerkelijke identiteit – geen beste naam heeft in de geschiedschrijving?  Ik moet daar nog eens over schrijven, ooit.